Klantlogin

Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.

Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.

Neem contact op

Actueel

Nieuws | Geplaatst op 2 maart 2026

GLB: eco-activiteiten 2026

Bedrijven die ecopremie willen ontvangen moeten meerdere eco-activiteiten uitvoeren. In dit bericht staan alle eco-activiteiten voor 2026 vermeld.

Gewassenlijsten bij eco-activiteiten

Veel eco-activiteiten zijn maar op een deel van de gewassen toepasbaar. Enkele eco-activiteiten zijn wel op alle gewassen toegestaan. Op de site van RVO staat de ‘Gewascodelijst’ voor 2026. In deze gewassenlijst is het mogelijk om per eco-activiteit in te zien welke gewassen toegestaan zijn.

Teeltperiode gewas

Bij diverse eco-activiteiten geldt een specifieke minimale teeltperiode van het betreffende gewas. Bij andere eco-activiteiten moet het gewas vaak als hoofdteelt worden geteeld.

Definitie hoofdteelt

In de Uitvoeringsregeling GLB 2023 is de volgende definitie van de hoofdteelt opgenomen: ‘teelt op landbouwareaal van een gewas dat in de periode van 15 mei tot en met 15 juli het langst aanwezig is’.

15 mei niet alleen bepalend

Voor de bepaling van de hoofdteelt is niet alleen de datum van 15 mei bepalend. Ook de teeltduur is van belang. Het gewas is een hoofdteelt als het gewas op 15 mei aanwezig is en minimaal t/m 15 juni wordt geteeld.

Een gewas kan ook een hoofdteelt zijn als het gewas na 15 mei is ingezaaid. Bijvoorbeeld als het gewas wordt geteeld in de periode van 1 juni t/m 15 juli. In de Gecombineerde opgave (GO) moet dit gewas dan worden opgegeven.

Eco-activiteiten

In tabel 1 staan de eco-activiteiten vermeld. Deze eco-activiteiten worden vervolgens nader toegelicht.

Tabel 1. Eco-activiteiten 2025

Nr. Eco-activiteiten
H01 Rustgewas
H02 Stikstofbindend gewas
H03 Verlengde teelt
H04 Langjarig grasland
H05 Grasland met kruiden
H06 Natte teelt
H07 Vroeg ras rooigewas uiterlijk 31 augustus
H09 Grasklaver
H10 Strokenteelt
H11 Vezelgewas
H12 Voedselbos
B01 Onderzaai vanggewas
B02 Groenbedekking
T01 Biologische bestrijding
T02 Precisiegewasbescherming
T03 Precisiebemesting
T04 Fertigatie
T05 Tagetes als aaltjesbestrijding
V01 Weidegang categorie 1 (min. 1.500 uur/jaar)
V02 Weidegang categorie 1 (min. 2.500 uur/jaar)
N01 Heg, haag, struweel
N02 Landschapselement hout
N03 Groene braak
N04 Bufferstrook met kruiden langs bouwland/blijvende teelt
N05 Bufferstrook met kruiden langs grasland
D01 Biologische landbouw (SKAL)

H01. Rustgewas

Vanaf 2026 mag deze eco-activiteit alleen toegepast worden als een rustgewas als hoofdteelt wordt geteeld én er daarnaast in tenminste één van de drie voorafgaande jaren ook een rustgewas is geteeld op hetzelfde perceel. Dit betekent dat in 2026 de eco-activiteit ‘Rustgewas’ alleen toegepast mag worden als op het perceel ook in 2023, 2024 en/of 2025 al een rustgewas is geteeld. Deze voorwaarde geldt op alle grondsoorten.

Rustgewas in aanvraagjaar en voorgaande jaren

In het aanvraagjaar moet een toegestaan rustgewas voor de eco-activiteit worden geteeld, zie bijlage 1 van de ‘Uitvoeringsregeling GLB 2023’.

Voor de drie voorgaande jaren moet aantoonbaar een rustgewas geteeld zijn, dat vermeld stond op tenminste één van de lijsten van toegestane rustgewassen, volgens de in het betreffende jaar geldende:

Overige aandachtspunten

Maaien en oogsten van het rustgewas is toegestaan.

Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de gewassen die voor deze eco-activiteit in aanmerking kunnen komen. Een mengsel van gewassen is toegestaan, mits alle gewassen in het mengsel op de gewassenlijst als ‘rustgewas’ staan vermeld.

H02. Stikstofbindend gewas

Een stikstofbindend gewas moet als hoofdteelt worden geteeld. Het is toegestaan om een mengsel van toegestane gewassen te telen. Ook mogen de toegestane gewassen in combinatie met granen worden geteeld. Het aandeel stikstofbindende gewassen moet ‘in het veld’ meer dan 50% zijn. Zie de eerder vermelde gewassenlijst met toegestane gewassen.

Mengen met mais toegestaan

In dit kader wordt mais ook als graan gezien. Het is daardoor toegestaan om stikstofbindende gewassen (bijv. stokbonen) gemengd met mais te telen. Echter om aan de ‘50% stikstofbindend gewas’ te kunnen voldoen, zal beperkt mais ingezaaid kunnen worden.

Klaver voor voederwinning

‘Klaver voor de voederwinning’ kan ook als eco-activiteit ‘stikstofbindend gewas’ ingezet worden. Hiervoor kan het bedrijf de gewascodes 6763 (rode klaver, klaverzaad) of 6765 (witte klaver, klaverzaad) gebruiken.

Niet toegestaan na blijvend grasland

De eco-activiteit ‘stikstofbindend gewas’ is niet toegestaan op een perceel dat voorgaand jaar blijvend grasland was.

H03. Verlengde teelt

Op een perceel moet minimaal twee jaar op rij hetzelfde gewas als hoofdteelt worden geteeld. Het gewas moet in de winter blijven staan en er is maar één inzaaimoment. Pas vanaf het tweede jaar kan deze teelt meetellen voor de ecoregeling als verlengde teelt. Voor het jaar 2026 wordt teruggekeken naar 2025. Zie de eerder vermelde gewassenlijst met gewassen die hiervoor in aanmerking kunnen komen.

H04. Langjarig grasland

Langjarig grasland is gras dat tenminste 5 jaar wordt geteeld. Het verschil met ‘blijvend grasland’ is dat voor langjarig grasland in die periode ook geen herinzaai toegepast mag worden. Dit geldt voor zowel het betreffende kalenderjaar als de periode daarvoor vanaf 2023. Dit betekent dat een perceel blijvend grasland dat in 2022 of eerder opnieuw is ingezaaid, de komende jaren toch mee kan tellen als ‘langjarig grasland’. Vanaf het jaar 2023 is herinzaai niet meer toegestaan. Langjarig grasland is van 1 januari t/m 31 december aanwezig. Gewasbeschermingsmiddelen en biociden mogen alleen pleksgewijs worden toegepast. Dit mag op maximaal 10% van de oppervlakte van het perceel grasland.

Soms alleen punten

Voor langjarig grasland gelegen in Natura-2000 gebieden welke volgens de Habitatrichtlijn zijn aangewezen tellen enkel de punten en niet de waarde mee.

Uitzondering bij Vogelrichtlijn

Enkele Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van alleen de Vogelrichtlijn. Voor deze gronden tellen zowel de punten als de waarde mee.

Tijdelijk geen eco-activiteit bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Als op grasland gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt (meer dan pleksgewijs), telt het perceel alleen in dat jaar niet mee voor de eco-activiteit ‘langjarig grasland’. In de opvolgende jaren kan de eco-activiteit wel toegepast worden.

H05. Grasland met kruiden

Van 1 juni t/m 30 september moet minimaal 25% gras en minimaal 25% kruidachtige voedergewassen én vlinderbloemigen aanwezig zijn. Dit wordt op perceelsniveau beoordeeld. De kruiden en vlinderbloemigen moeten beide aanwezig zijn (samen minimaal 25%) en moeten samen met het gras gelijkmatig over het perceel zijn verdeeld. De kruiden en vlinderbloemigen mogen ingezaaid zijn, maar dat is niet verplicht. Kruidachtige voedergewassen zijn ‘alle kruidachtige planten die traditioneel in natuurlijk grasland voorkomen of normaliter in zaadmengsels voor grasland worden opgenomen met uitzondering van heide en riet’. De vlinderbloemige gewassen moeten staan op de gewassenlijst ‘Stikstofbindende gewassen’.

Uitzondering bij plas-dras

Bedrijven met een ANLb-beheerpakket ‘plasdras voor weidevogels’ hoeven niet aan de voorwaarden voor zichtbare bedekking te voldoen, als dit vanuit het beheerpakket (tijdelijk) niet mogelijk is.

Ook grasstroken bij blijvende teelten

Ook op grasstroken tussen fruitbomen of -struiken en boomkwekerijgewassen kan de eco-activiteit ‘grasland met kruiden’ toegepast worden. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden, echter moet op minimaal 30% van de oppervlakte van de grasstroken kruiden en vlinderbloemigen worden geteeld. Als aan deze voorwaarde wordt voldaan kan het gehele perceel meetellen voor deze eco-activiteit. Het perceel kan opgegeven worden met de gewascode van de betreffende hoofdteelt.

Praktische invulling

Praktisch gezien zal een bedrijf op alle grasstroken van het betreffende perceel gras met kruiden en vlinderbloemigen inzaaien. In bijvoorbeeld de oogstperiode kan vervolgens een deel van de grasstrook ‘beschadigen’, zonder dat de 30% in gevaar komt. De kruiden en vlinderbloemigen mogen niet vernietigd worden door bijvoorbeeld (veel) maaien van de stroken.

Toegestane gewassen

Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de gewassen die voor deze eco-activiteit in aanmerking kunnen komen.

H06. Natte teelt

Natte teelten zijn geschikt voor gebieden met een hoge grondwaterstand, zoals veengebieden. Het gewas moet op landbouwgrond staan en tenminste één keer per jaar worden geoogst. De percelen met de natte teelt moeten vanaf 2015 tenminste één jaar landbouwareaal zijn geweest. Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de gewassen die hiervoor in aanmerking kunnen komen.

H07. Vroeg ras rooigewas (uiterlijk 31 augustus)

Het bedrijf moet de betreffende rooigewassen uiterlijk 31 augustus oogsten en de (eventuele) gewasresten ondergewerkt hebben. Het afvoeren van gewasresten is ook toegestaan. Het doel is dat het perceel op 1 september klaar ligt om ingezaaid te worden met een vanggewas/groenbemester. Inzaaien hiervan is echter niet verplicht. Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de gewassen die hiervoor in aanmerking kunnen komen.

Resultaatverplichting bij onderwerken

Voor het onderwerken van de gewasresten is geen minimale grondbewerking voorgeschreven. Wel moet de grond, na bewerking, ‘onbedekt zijn en vrij van gewasresten’.

Teelt ander gewas na oogst toegestaan

Na de teelt van het rooigewas, dat (ruim) voor 1 september wordt geoogst, mag een ander gewas worden geteeld. Dit mag hetzelfde rooigewas zijn, maar mag ook een ander gewas zijn dat voor of na 1 september wordt geoogst. Ook het telen van een wintergewas, met een oogst in het opvolgende jaar, is toegestaan.

H09. Grasklaver

Van 1 juni t/m 31 juli moet minimaal 25% gras en minimaal 25% klaver aanwezig zijn met een zichtbare bedekking. Dit wordt op perceelsniveau beoordeeld. De klaver en het gras moeten gelijkmatig over het perceel zijn verdeeld.

H10. Strokenteelt

Strokenteelt telt mee indien op het perceel minimaal vier gewassen in vijf stroken worden geteeld. Minimaal 2 gewassen (hoofdteelt) moeten productief zijn. Daarnaast moet minimaal één rustgewas, uit bijlage 1, als hoofdteelt worden geteeld. Het perceel bestaat uit minimaal vijf stroken met een breedte van 3 t/m 27 meter. Als twee dezelfde gewassen worden geteeld mag dit niet op naast elkaar gelegen stroken.

Op de stroken zijn ook niet-productieve elementen (bijvoorbeeld een houtwal) toegestaan. Sloten tellen niet mee. Een strook mag ook niet bestaan uit blijvend grasland.

H11. Vezelgewas

Op het perceel wordt een vezelgewas geteeld. Bij de teelt van hennep als eco-activiteit vezelgewas, gelden ook de bestaande verplichtingen voor het insturen van kopieën van etiketten en het bewaren van aankoopbewijzen en etiketten van het gebruikte zaaizaad. Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de gewassen die hiervoor in aanmerking kunnen komen.

H12. Voedselbos

Een perceel dat voor de eco-activiteit voedselbos wordt ingezet moet vanaf 2015 tenminste één jaar landbouwareaal zijn geweest. Het perceel heeft een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,5 ha. Per hectare moeten er minimaal 15 verschillende soorten voedselproducerende bomen en struiken staan, die zijn genoemd in de ‘soortenlijst behorende bij gewascode voedselbossen’ van de Stichting Voedselbosbouw welke ‘binnen afzienbare termijn voor eetbare producten zorgen’. Er zijn minimaal drie verticale vegetatielagen (in ontwikkeling). Daarnaast moet er een teeltplan zijn met een ontwerp van het voedselbos. Daaruit moet ook blijken welke soorten zijn/worden aangeplant en wanneer wat voor eetbare productie wordt verwacht. Het is verboden de grond te bemesten of bestrijdingsmiddelen toe te passen. Ook is het verboden de grond te ploegen of om te woelen, spitten of keren.

B01. Onderzaai vanggewas

De onderzaai moet zijn ingezaaid. Het vanggewas moet een ander gewas zijn dan de hoofdteelt. Het perceel moet direct na de oogst van de hoofdteelt, voor minimaal 80%, zichtbaar bedekt zijn door de onderzaai. Het vanggewas moet t/m tenminste 1 december blijven staan. Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het vanggewas (na de oogst van de hoofdteelt) is t/m 1 december niet toegestaan. Na 1 december mogen op het vanggewas, binnen deze eco-activiteit, wel gewasbeschermingsmiddelen en/of biociden worden gebruikt.

Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de gewassen die na de hoofdteelt als ‘onderzaai’ ingezet kunnen worden.

B02. Groenbedekking

De percelen moeten van 1 januari t/m 28 februari voor minimaal 80% zichtbaar bedekt zijn met een vanggewas dat in het voorgaande jaar is ingezaaid. Het vanggewas mag echter wel doodvriezen. Het vanggewas mag niet als hoofdteelt blijven staan. Het bedrijf moet het vanggewas voor de hoofdteelt mechanisch onderwerken. Het gewas eventueel vooraf doodspuiten of -branden is niet toegestaan. Pleksgewijs gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden is toegestaan op maximaal 10% van de oppervlakte. De groenbedekking telt mee in het jaar van onderwerken. Voor het jaar 2026 gaat het om vanggewassen die in 2025 zijn ingezaaid. Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de gewassen die als ‘groenbedekking’ ingezet kunnen worden.

Mengsel gewassen toegestaan

De groenbedekking mag een mengsel zijn van gewassen. Naast de toegestane gewassen mogen ook andere gewassen in het mengsel zitten. De toegestane gewassen moeten wel overheersend aanwezig zijn op het perceel.

Beweiden groenbedekking toegestaan

Het beweiden van een groenbedekking is toegestaan. Mits het gewas hierdoor niet wordt vernietigd en zichtbare bedekking (tenminste 80%) behouden blijft.

T01. Biologische bestrijding

Bij een aantal gewassen kan biologische bestrijding meetellen als eco-activiteit. Voor de eco-activiteit biologische bestrijding zijn (een combinatie van) de volgende technieken toegestaan):

Het bedrijf moet het aankoopbewijs van de toepassing van de biologische bestrijding vijf jaar in de administratie bewaren. Op het aankoopbewijs moeten o.a. gegevens van het perceel vermeld staan. Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de gewassen die voor deze eco-activiteit in aanmerking kunnen komen.

T02. Precisiegewasbescherming

Bij de eco-activiteit ‘precisiegewasbescherming’ gaat het om het plaatsspecifiek toedienen van gewasbeschermingsmiddelen tijdens de hoofdteelt binnen het aanvraagjaar. Op basis van meetwaarden moet de minimaal effectieve dosering plaatsspecifiek worden bepaald en toegediend. Deze precisiegewasbescherming kan op twee manieren worden toegepast:

Per sectie

De spuit moet tenminste per sectie variabel kunnen doseren.

Gewasbeschermingsmiddelen

In dit kader vallen onder gewasbeschermingsmiddelen: chemische en biologische middelen en herbiciden.

Te bewaren gegevens

Om aan te kunnen tonen dat precisiegewasbescherming is uitgevoerd moeten de resultaatkaarten en/of taakkaarten voor ieder perceel worden bewaard. Op deze kaarten moet in ieder geval worden vermeld:

In aanvulling op de resultaatkaart en/of taakkaart moet in de eigen administratie worden bewaard:

Als precisiegewasbescherming door een loonwerker wordt uitgevoerd, dan moeten de volgende gegevens op de factuur staan:

Alle gegevens moeten gedurende 5 jaar worden bewaard.

Voldoen aan wettelijke eisen

Binnen de eco-activiteit ‘precisiegewasbescherming’ is het een voorwaarde om te voldoen aan een aantal specifieke beheerseisen (RBE’s). Het betreft RBE 7.1 en 8.1 t/m 8.8 in Bijlage 3 van de ‘Uitvoeringsregeling GLB 2023’. Dit zijn wettelijke eisen omtrent o.a. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Door deze RBE’s als specifieke voorwaarde voor de eco-activiteit op te nemen kan overtreding, naast een boete en randvoorwaardekorting, ook leiden tot intrekking van de eco-activiteit.

T03. Precisiebemesting

Bij de eco-activiteit ‘precisiebemesting’ gaat het om het plaatsspecifiek toedienen van stikstof- en/of fosfaat houdende meststoffen (drijfmest, vaste mest, kunstmest, zuiveringsslib, compost of overige organische meststoffen) tijdens de hoofdteelt of tijdens de voorbereidende werkzaamheden. De activiteit moet binnen het aanvraagjaar worden uitgevoerd. Deze precisiebemesting kan op twee manieren worden uitgevoerd:

Plaatsspecifiek

Bij gebruik van een veldspuit of spaakwielbemester moet de dosering per sectie variabel kunnen worden gestuurd. Bij een strooier, zode-, sleepvoet-, of bouwlandbemester daarentegen mag de (kunst)mestgift over de gehele inbrengbreedte gelijk zijn.

Te bewaren gegevens

Om te kunnen aantonen dat precisiebemesting is uitgevoerd moeten de taakkaarten en/of resultaatkaarten voor ieder perceel worden bewaard. Op deze kaarten moet in ieder geval worden vermeld:

In aanvulling op de resultaatkaart en/of taakkaart moet in de eigen administratie tevens worden bewaard:

Als precisiebemesting door een loonwerker wordt uitgevoerd, dan moeten de volgende gegevens op de factuur staan:

Alle gegevens moeten gedurende 5 jaar worden bewaard.

Voldoen aan wettelijke eisen

Binnen de eco-activiteit ‘precisiebemesting’ is het een voorwaarde om te voldoen aan aantal specifieke RBE’s. Het betreft RBE 2.2 t/m 2.5, 2.7 t/m 2.11, 2.13 en 2.15 in Bijlage 3 van de ‘Uitvoeringsregeling GLB 2023’. Dit zijn wettelijke eisen omtrent o.a. de gebruiksnormen. Door deze RBE’s als specifieke voorwaarde voor de eco-activiteit op te nemen kan overtreding, naast een boete en randvoorwaardekorting, ook leiden tot intrekking van de eco-activiteit.

T04. Fertigatie

Met fertigatie worden kunstmest of andere oplosbare producten, tijdens de hoofdteelt, via een irrigatiesysteem toegediend. Water en voedingsstoffen kunnen hiermee op het juiste moment met de juiste hoeveelheid worden gegeven aan het gewas. Voor deze eco-activiteit heeft het bedrijf een functionerend fertigatiesysteem voor de betreffende percelen nodig.

Hierbij moeten de meststoffen via een doseersysteem aan het water worden toegevoegd. De mix van water en meststoffen komt via een hoofdleiding en druppelslangen uiteindelijk in het gewas terecht.

Voldoen aan wettelijke eisen

Binnen de eco-activiteit ‘fertigatie’ is het een voorwaarde om te voldoen aan een aantal specifieke RBE’s. Het betreft RBE 2.3, 2.5, 2.11, 2.13 en 2.15 in Bijlage 3 van de ‘Uitvoeringsregeling GLB 2023’. Dit zijn wettelijke eisen omtrent o.a. de gebruiksnormen. Door deze RBE’s als specifieke voorwaarde voor de eco-activiteit op te nemen kan overtreding, naast een boete en randvoorwaardekorting, ook leiden tot intrekking van de eco-activiteit.

T05. Tagetes als aaltjesbestrijding

Een perceel Tagetes als aaltjesbestrijding kan worden ingezet als eco-activiteit als uitsluitend de soort ‘Tagetes patula’ (gewascode 347) wordt geteeld als hoofdteelt. Er moet sprake zijn van een zichtbare bedekking. De teelt moet minimaal drie aaneengesloten maanden duren. Het perceel mag in het voorgaande jaar geen blijvend grasland zijn geweest. Voor de eco-activiteit geldt een verplichting om in ieder geval de minimaal aanbevolen hoeveelheid zaaizaad te gebruiken en de etiketten van het zaaizaad 5 jaar te bewaren.

Minimale hoeveelheid zaaizaad

De hoeveelheid zaaizaad die minimaal gebruikt moet worden staat in de ‘Aanbevelende Rassenlijst voor landbouwgewassen’ van de Commissie Samenstelling Aanbevelende Rassenlijst (CSAR).

V01. en V02. Weidegang

Een bedrijf kan deze eco-activiteit inzetten als de melkgevende koeien gedurende een bepaald aantal uren per jaar geweid worden:

Deelname via certificerende instantie

Melkveebedrijven die een eco-activiteit weidegang willen toepassen moeten zich uiterlijk 15 mei aanmelden bij een erkende certificerende instantie (Qlip). Qlip voert, in samenwerking met Stichting Weidegang, ook inspecties uit. Een certificaat is verplicht voor deze eco-activiteit. Hiervoor worden kosten in rekening gebracht.

Uitgeven ‘Verklaring Weiden

Voldoet een bedrijf aan de voorwaarden van de eco-activiteit ‘weiden’? Dan stuurt Qlip, na het weideseizoen, een ‘Verklaring Weiden’ rechtstreeks naar RVO. Hiermee toont het bedrijf aan dat aan de eco-activiteit is voldaan.

Voorwaarden

Voor de eco-activiteiten ‘weiden’ gelden de volgende voorwaarden:

De voorwaarden zijn opgenomen in de Algemene voorwaarden Eco-activiteit weiden van Stichting Weidegang.

Weidegang bij automatisch melken en vrije uitloop

Bedrijven die een automatisch melksysteem hebben, en waarbij de melkkoeien een vrije toegang tot de weidepercelen hebben, kunnen ook aan de eco-activiteit ‘Weiden’ deelnemen. Hierbij moet, gedurende de mee te tellen weide-uren, aan de onderstaande voorwaarden worden voldaan:

Omzetten van de eco-activiteit ‘Weidegang’ toegestaan

Na 15 mei is het omzetten van de eco-activiteit ‘Weidegang 2.500 uur’ naar ‘Weidegang 1.500 uur’ toegestaan. Het bedrijf moet dit ‘zo snel mogelijk’ maar uiterlijk 15 oktober melden bij RVO via de Gecombineerde opgave. Daarnaast moet de aanpassing ook bij Qlip worden gemeld.

Beoordeling uiterlijk 19 oktober

Naast de steekproefsgewijze controles door de certificerende instantie worden alle bedrijven in 2026 op uiterlijk 19 oktober, op basis van de Weidegangkalender, beoordeeld op de weideperiode. Op basis van deze beoordeling volgt één van onderstaande conclusies. Het bedrijf:

Voldoet nog niet volledig

Bij de conclusie ‘Voldoet nog niet volledig’ wordt nog niet volledig aan de verplichte uren weidegang voldaan. Het bedrijf heeft t/m 30 november de tijd om hier wel aan te voldoen. Deze bedrijven worden uiterlijk 2 december opnieuw beoordeeld.

Alle graslandpercelen

Als aan de voorwaarden wordt voldaan tellen alle graslandpercelen mee, ook de percelen grasland die niet worden beweid. Kruidenrijke bufferstroken die worden ingezet voor de eco-activiteit ‘bufferstrook  met kruiden’ tellen niet mee. Deze mag u immers niet beweiden.

N01. Heg, haag, struweel

Een heg, haag of struweel met alleen inheemse soorten kan ook meetellen als eco-activiteit. In het landschapselement mogen geen bomen staan. De vorm van de heg, haag of struweel wordt in stand gehouden door periodiek onderhoud. Beheer/onderhoud mag niet plaatsvinden in het broedseizoen. Het broedseizoen is in ieder geval de periode van 15 maart t/m 15 juli. Het landschapselement is het gehele jaar aanwezig. Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de elementen die hiervoor in aanmerking kunnen komen.

Aaneengesloten begroeiing

Bij een heg, haag of struweel moet sprake zijn van een aaneengesloten begroeiing.

Bij een nieuw aangeplante heg, haag of struweel is hier geen sprake van. Toch kan dit meetellen ‘als de plantdichtheid bij aanplant zodanig is dat binnen drie jaar na die aanplant een aaneengesloten opgaande begroeiing aanwezig is’.

N02. Landschapselement hout

Overige houtige elementen zijn bijvoorbeeld houtwallen of bomen. Het landschapselement is het gehele jaar aanwezig. Beheer/onderhoud mag niet in het broedseizoen (minimaal 15 maart t/m 15 juli) plaatsvinden. Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de elementen die hiervoor in aanmerking kunnen komen.

Alleen punten

Het gaat om landschapselementen waar een wettelijke verplichting geldt om deze in stand te houden. Om deze reden wordt voor deze eco-activiteit geen waarde toegekend.

Standaardoppervlakte boom

Een solitaire boom telt mee voor een standaardoppervlakte van 20 m2.

N03. Groene braak

Bij de eco-activiteit ‘groene braak’ gelden de volgende voorwaarden:

Resultaatverplichting bij bedekking 80%

Vanaf 31 mei moet er sprake zijn van een bedekking van tenminste 80%. Dit betekent dat een gewas tijdig ingezaaid moet worden om op deze datum aan de bedekkingseis te kunnen voldoen.

Mengsel van gewassen

Een mengsel van toegestane gewassen is toegestaan. Een toegestaan gewas mag ook gemengd zijn met niet-toegestane gewassen, mits het toegestane gewas overwegend aanwezig is (> 50%). Hierbij geldt een resultaatverplichting.

Inzaai of spontane opkomst

Het inzaaien van het toegestane gewas is niet verplicht. Ook kan met ‘spontane opkomst’ aan de voorwaarden worden voldaan.

Spontane opkomst: praktisch gezien vaak agrarisch natuurmengsel

Bij spontane opkomst moet uiteindelijk één van de toegestane gewassen geteeld worden, waarbij het gewas voldoende bedekking heeft. Het is de vraag of dit in de praktijk gaat lukken.

Vaak zal bij spontane opkomst een mengsel van diverse gewassen ontstaan. Een dergelijk mengsel kan op twee manieren meetellen:

Uitleg ‘9-maanden periode’

In de Uitvoeringsregeling GLB 2023 is alleen opgenomen dat het in de ‘9-maanden periode’ (braakperiode) niet is toegestaan om te bemesten en chemische gewasbeschermingsmiddelen en/of biociden te gebruiken. RVO geeft echter aan dat in deze hele braakperiode ook productie niet is toegestaan, ook niet het oogsten van een voorteelt en het inzaaien of aanplanten van een volggewas. Hieronder staan enkele aandachtspunten over ‘groene braak’ en een uitwerking van de uitleg van RVO.

Aangesloten periode binnen kalenderjaar

De aaneengesloten braakperiode moet binnen het kalenderjaar plaatsvinden. Op zijn vroegst begint deze periode op 1 januari en duurt dan t/m 30 september. De periode moet uiterlijk 1 april beginnen en duurt dan t/m 31 december.

Gewas laten staan in braakperiode

Een voorwaarde is dat het gewas voor groene braak t/m 31 augustus een bedekking heeft van tenminste 80%. Daarnaast moet het gewas gedurende de gehele braakperiode blijven staan. Dit betekent dat het gewas tenminste t/m 30 september moet blijven staan (als de braakperiode op 1 januari is gestart). Na 31 augustus is een bedekking van 80% niet meer verplicht. Het is niet verplicht om het gewas al bij de start van de braakperiode in te zaaien.

Grondbewerkingen in de braakperiode

Alleen grondbewerkingen ten behoeve van de inzaai van een gewas voor groene braak zijn toegestaan in de braakperiode.

Gewas voorgaande jaar: oogsten uiterlijk 31 maart

Als op een perceel, dat dit jaar ingezet wordt ingezet voor de eco-activiteit ’groene braak’, nog een gewas staat dat vorig jaar is ingezaaid of aangeplant, dan moet dit gewas uiterlijk 31 maart worden geoogst als de braakperiode op 1 april start. Oogsten in de braakperiode is immers niet toegestaan.

Werkzaamheden voor opvolgende teelt pas na braakperiode

Omdat het ‘braakgewas’ gedurende de gehele braakperiode moet blijven staan, mag het inzaaien of aanplanten van een volggewas pas na de braakperiode plaatsvinden. Dit geldt ook voor de benodigde grondbewerking.

Bestaand grasland en ‘groene braak’

De eco-activiteit ‘groene braak’ mag niet op een perceel worden toegepast dat het voorgaande jaar blijvend grasland was.

Tijdelijk grasland omzetten naar groene braak nu mogelijk

Er staan diverse gras-groenbemesters in de lijst met toegestane gewassen voor de eco-activiteit ‘groene braak’. Hierdoor kan tijdelijk grasland omgezet worden naar een toegestaan gras-groenbemester als gewas voor groene braak. Uiteraard moet wel aan de overige voorwaarden van de eco-activiteit ‘groene braak’ en de omschrijving van het gewas worden voldaan.

Eerst vernietigen tijdelijk grasland niet nodig

Het tijdelijk grasland kan zonder vernietiging omgezet worden naar een gras-groenbemester. De gras-groenbemester moet als hoofdteelt (met bijbehorend gewascode) worden opgegeven.

N04. Bufferstrook met kruiden langs bouwland of blijvende teelt

Een bufferstrook naast bouwland (m.u.v. tijdelijk grasland) of blijvende teelt kan als eco-activiteit meetellen. Op de bufferstrook staat tenminste 25% kruiden én vlinderbloemige gewassen met een zichtbare bedekking. De kruiden en vlinderbloemigen moeten beiden zichtbaar aanwezig zijn (samen minimaal 25%) en moeten gelijkmatig over de bufferstrook zijn verdeeld. De bufferstrook is minimaal 3 en maximaal 12 meter breed. Het mengsel moet minimaal van 1 juni t/m 30 september aanwezig zijn. Het bedrijf mag de bufferstrook niet oogsten, beweiden, bemesten en hierop geen gewasbeschermingsmiddelen en/of biociden gebruiken. Maaien en afvoeren mag wel. De bufferstrook moet (deels) samenvallen met een verplichte bufferstrook, zoals opgenomen in het ‘Besluit activiteiten leefomgeving’.

Op de eerder vermelde gewassenlijst staan de gewassen die hiervoor in aanmerking kunnen komen.

Graszaad geen bouwland

In dit kader worden percelen graszaad niet gezien als bouwland maar als tijdelijk grasland. Voor kruidenrijke bufferstroken langs graszaad, moet daarom onderstaande eco-activiteit langs grasland worden aangevraagd.

N05. Bufferstrook met kruiden langs (tijdelijk) grasland

Een bufferstrook langs grasland kan als eco-activiteit meetellen als op de bufferstrook tenminste 25% kruiden en vlinderbloemigen staan. De kruiden en vlinderbloemigen moeten beide aanwezig zijn (samen minimaal 25%) en moeten gelijkmatig over de bufferstrook zijn verdeeld. De bufferstrook is minimaal 3 en maximaal 12 meter breed. Het mengsel moet minimaal van 1 juni t/m 30 september aanwezig zijn. Het bedrijf mag de bufferstrook niet oogsten, beweiden, bemesten en hierop geen gewasbeschermingsmiddelen en/of biociden gebruiken. Maaien en afvoeren mag wel. De bufferstrook moet (deels) samenvallen met een verplichte bufferstrook, zoals opgenomen in het ‘Besluit activiteiten leefomgeving’

Op de eerder vermelde gewassenlijst staan gewassen die hiervoor in aanmerking kunnen komen.

Apart beheerde strook

Gezien de voorwaarden zou een strook/rand, dat onderdeel is van een perceel kruidenrijk grasland, ook als bufferstrook met kruiden kunnen meetellen. Echter beweiden en oogsten van deze bufferstrook is niet toegestaan. Dit zou betekenen dat, ingeval van beweiding van het aangrenzende perceel, de bufferstrook afgerasterd moet worden. Daarnaast mag de strook niet mee geoogst worden. Er moet dus sprake zijn van een apart beheer.

D01. Biologisch bedrijf (SKAL)

Biologische bedrijven hoeven geen extra activiteiten in te zetten. Deze bedrijven hebben recht op de hoogste ecopremie (goud). Dit geldt voor SKAL-gecertificeerde bedrijven en voor bedrijven in omschakeling. Bedrijven die deels biologisch zijn zullen wel moeten berekenen of aan de instapeis wordt voldaan en in welke klasse zij terecht komen. Hiervoor kan, naast eventuele andere eco-activiteiten, deze eco-activiteit in de berekening worden opgenomen op de biologische percelen (of de percelen in omschakeling).

Eco-activiteiten op bufferstrook

De meeste eco-activiteiten mogen op een bufferstrook worden uitgevoerd. Dit geldt niet voor de eco-activiteiten

Mocht u naar aanleiding van bovenstaande tekst nog vragen hebben, kunt u onderstaand contactformulier invullen.

Contact

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
  • Bron: ComponentAgro