Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.
Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.
Een agrariër was directeur-grootaandeelhouder van BV E die de aandelen hield in BV F. BV F vormde samen met de agrariër en zijn zoon een maatschap waarin voor gezamenlijke rekening een landbouwbedrijf werd geëxploiteerd, het aandeel van BV F was 1%. De agrariër is in 2012 uit de maatschap getreden en in 2014 zijn daarvoor de aandelen uit BV E verkocht aan de zoon. In 2016 verzocht de agrariër om toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) in verband met een schenking van BV E aan de zoon. De winst uit de door de maatschap gedreven materiële onderneming of de winst die de belastingplichtige, anders dan als ondernemer of aandeelhouder, als medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming genoot uit een of meer (materiële) ondernemingen, moest voor de Vpb daarom voor een evenredig deel aan BV F worden toegerekend. De mate van gerechtigdheid, hoe gering ook, maakte dat niet anders. BV F dreef door haar gerechtigdheid in de maatschap een materiële onderneming en de BOF was van toepassing.
Bron: Fiscaal up to date: Hof Arnhem-Leeuwarden 3-3-2020, nr. 19/00414 (Fida 20201326)