Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.
Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.
Bedrijven kunnen vrijwillig deelnemen aan de ecoregeling. Om deel te kunnen nemen moet een bedrijf eco-activiteiten uitvoeren. Het systeem van de ecoregeling bestaat uit twee stappen. Eerst bepaalt het bedrijf of, op basis van een puntensysteem, aan de instapeis wordt voldaan. Vervolgens kan het bedrijf de hoogte van de ecopremie bepalen op basis van de ‘waarde’ van de uitgevoerde eco-activiteiten.
Om in aanmerking te komen voor een vergoeding vanuit de ecoregeling moet een bedrijf eco-activiteiten uitvoeren. Deze eco-activiteiten moeten gezamenlijk positief werken op een vijftal thema’s:
Met alle eco-activiteiten samen moet het bedrijf, per subsidiabele hectare, in totaal minimaal 5 punten halen. Deze punten zijn onderverdeeld in een minimaal aantal punten per thema. Een deel van de punten is flexibel in te zetten: het bedrijf kan zelf bepalen welk thema of welke thema’s hiervoor worden gebruikt. Op de gekozen thema’s moet dan voldoende ‘overwaarde’ (behaalde waarde – minimaal benodigde waarde) worden behaald om de flexibele inzet in te vullen. Het bedrijf moet op alle thema’s (inclusief Flexibele inzet) voldoende punten scoren. Het benodigde aantal punten per thema is afhankelijk van de regio waarin het perceel ligt. Zie tabel 1 voor de verdeling.
| Thema | Verdeling | |
| Regio 1 | Regio 2 | |
| Klimaat | 1,50 | 1,25 |
| Bodem en lucht | 0,75 | 1,25 |
| Water | 0,75 | 0,75 |
| Landschap | 0,50 | 0,75 |
| Biodiversiteit | 1,00 | 0,50 |
| Flexibele inzet | 0,50 | 0,50 |
Een globale indeling van de regio’s is opgenomen in Bijlage 2 (onderdeel B) van de ‘Uitvoeringsregeling GLB 2023’. Op basis van deze kaart is het niet altijd mogelijk om per perceel de regio te bepalen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de kaartlaag ‘Gebieden GLB’ in ‘Mijn percelen’ van RVO.
Hoe groter het bedrijf (meer oppervlakte) hoe meer punten een bedrijf moet behalen om aan de instapeis te voldoen. Zie voorbeeld 1.
Voorbeeld 1Het aantal punten per thema voor een bedrijf van 40 ha met alle percelen gelegen in regio 1 geldt het onderstaande. Het minimaal te behalen puntenaantal per thema wordt dan: · 60 punten voor Klimaat · 30 punten voor Bodem en lucht · 30 punten voor Water · 20 punten voor Landschap · 40 punten voor Biodiversiteit · 20 punten als Flexibele inzet Er moeten in totaal 20 punten worden behaald als flexibele inzet. Het bedrijf kan zelf bepalen bij welk thema of welke thema’s dit wordt behaald. Als dit bedrijf bijvoorbeeld 10 punten extra voor Klimaat zou behalen (70 in plaats van 60), 5 punten extra voor Water (35 in plaats van 30) en 5 punten extra voor Landschap (25 in plaats van 20) is voldaan aan de Flexibele inzet. De optelsom van deze ‘overwaarde’ is immers 20. Voorgaande is een fictief voorbeeld. |
Het totaal aantal behaalde punten per thema moet op bedrijfsniveau worden bepaald. Daarna kan worden beoordeeld of aan de instapeis is voldaan.
Voor iedere eco-activiteit geldt een bepaald aantal punten per thema per hectare. Zie deze tabel voor de punten per thema per eco-activiteit.
Sommige eco-activiteiten kunnen ‘gestapeld’ worden op hetzelfde perceel. Zie voor de eco-activiteiten, die gestapeld kunnen worden en op welke manier, deze tabel uit Bijlage 2 (onderdeel D) van de ‘Uitvoeringsregeling GLB 2023’.
Een bedrijf kan op een perceel grasland bijvoorbeeld de eco-activiteiten langjarig grasland en verlengde weidegang beide toepassen. De punten van beide activiteiten mogen bij elkaar worden opgeteld. Het zijn immers twee verschillende ‘handelingen’.
Voert een bedrijf op een perceel één handeling uit (bijvoorbeeld de teelt van luzerne, waarvoor meerdere eco-activiteiten gelden), dan telt per thema het hoogste puntenaantal van de eco-activiteit mee. Niet alle eco-activiteiten zijn te stapelen.
Wanneer drie of meer eco-activiteiten worden aangevraagd op hetzelfde perceel wordt het puntenaantal in een bepaalde volgorde bepaald. Zie voor meer informatie de site van RVO hierover onder ‘Berekening stapeling 3 of meer eco-activiteiten’.
Met name wanneer ook de eco-activiteit ‘Biologische landbouw’ op het perceel wordt aangevraagd heeft deze volgorde van afhandelen (een gunstige) invloed op de uitkomst.
Aan iedere eco-activiteit is een waarde per hectare gekoppeld. De totale waarde wordt op bedrijfsniveau bepaald. Deze totale waarde op bedrijfsniveau bepaalt de ecopremie.
De waarde van de eco-activiteit is afhankelijk van de regio waarin het perceel zich bevindt. Zie voor de waarde per eco-activiteit per regio deze tabel.
In voorbeeld 2 staat de berekeningswijze om de totale waarde te bepalen van de toe te passen eco-activiteiten.
Voorbeeld 2Stel het bedrijf uit voorbeeld 1 (40 ha, regio 1) past de volgende eco-activiteiten toe: · 10 ha langjarig grasland, de waarde per ha is € 91. · 33 ha weiden categorie I (1.500 u), de waarde per ha is € 45. · 0,3 ha struweel, de waarde per ha is € 3.711. Het bedrijf voldoet met deze activiteiten aan de instapeis o.b.v. het aantal punten. De bijdrage van deze activiteiten aan de totale waarde is: · Langjarig grasland: € 910 (10 ha x € 91). · Weidegang categorie I: € 1.485 (33 ha x € 45). · Struweel: € 1.113 (0,3 ha x € 3.711). De totale waarde voor dit bedrijf is € 3.508. Dit is ook het bedrag aan ecopremie. |
De ecopremie bedraagt maximaal € 200 per subsidiabele hectare. Is de berekende ecopremie hoger dan € 200 per hectare, dan wordt maximaal € 200 per hectare uitbetaald.
Voor de uitbetaling van de ecopremie geldt geen minimumbedrag per hectare.
Het bedrijf moet wel voldoen aan het minimale uitbetalingsbedrag voor rechtstreekse betalingen (basispremie, ecopremie en toeslag Jonge landbouwers): € 500.
Biologische bedrijven en bedrijven in omschakeling ontvangen ‘automatisch’ een ecopremie van € 200/ha. Deze bedrijven hoeven daardoor geen (extra) maatregelen door te voeren.
Bedrijven die deels biologisch (of in omschakeling) zijn moeten wel berekenen of aan de instapeis is voldaan en welke hoogte van de ecopremie van toepassing is.
Voor de biologische gecertificeerde percelen (in omschakeling) op 15 mei kan de eco-activiteit ‘Biologische landbouw’ worden aangevraagd. Daarnaast kunnen ook ‘reguliere’ eco-activiteiten op het biologische areaal worden toegepast.
Mocht u naar aanleiding van bovenstaande tekst nog vragen hebben, kunt u onderstaand contactformulier invullen.
Bron: ComponentAgro