Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.
Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.
De regels rondom graslandvernietiging op zand- en lössgrond t.b.v. de teelt van mais of aardappelen zijn opgenomen in het graslandvernietigingsschema. Naast een eventuele verplichting tot het nemen van een graslandvernietigingsmonster hoeft de ‘korting van 65 kg’ niet altijd te worden opgelegd. Daarnaast is het soms mogelijk om extra stikstofruimte te claimen voor het tijdelijk grasland, dat vanaf 1 januari tot de vernietiging is geteeld.
De regels omtrent de graslandvernietiging en vernietigingsmonsters zijn opgenomen in het door ons samengestelde Graslandvernietigingsschema vanaf 2021. In dit geactualiseerde schema is nu opgenomen wanneer een graslandvernietigingsmonster wel of niet verplicht is, als grasland op zand- of lössgrond wordt vernietigd t.b.v. de teelt van mais of consumptie- of fabrieksaardappelen.
Afhankelijk van het ‘type’ grasland dat wordt vernietigd, kan het volgende van toepassing zijn:
De korting van 65 kg op de stikstoftotaalnorm geldt voor alle bedrijven op zand- en/of lössgrond die na graslandvernietiging mais, consumptie- op fabrieksaardappelen telen.
Het verplichte vanggewas na mais of een grasgroenbemester worden ook beoordeeld als grasland. Er is immers sprake van ‘grasland’ wanneer het perceel voor ‘ten minste 50% is beteeld met gras en is/werd gebruikt voor de voederwinning’ door maaien en/of beweiden. Anders dan bij ‘grasland uit voorgaand jaar’ hoeft, na het vernietigen van deze gewassen (gras), de stikstofnorm van mais of aardappelen niet met 65 kg gekort te worden.
Een graslandvernietigingsmonster is niet nodig als de 65 kg korting van toepassing is. Het maakt geen verschil of het gras is gebruikt voor voederwinning.
Een graslandvernietigingsmonster is wel verplicht als het verplichte vanggewas (gras) na mais of de grasgroenbemester is gebruikt voor voederwinning.
Indien het grasland in het jaar van vernietigen nog wordt gebruikt voor de voederwinning is het mogelijk om de stikstofgebruiksnorm voor tijdelijk grasland te claimen. De graszode moet dan vanaf 1 januari t/m minimaal 15 april in stand blijven. Deze norm geldt voor een perceel welke vorig jaar al grasland was en voor de grasgroenbemester.
De stikstofnorm voor tijdelijk grasland (1 januari t/m 15 april) is nooit van toepassing op een verplicht vanggewas (gras) na mais op zand- en lössgrond. Ondanks dat het gewas mogelijk al eerder is gemaaid/beweid, ziet RVO dit pas vanaf 1 februari als tijdelijk grasland. Tot 1 februari blijft het een vanggewas. Dit betekent bij vernietiging voor 11 mei voor een ander gewas er geen stikstofruimte voor tijdelijk grasland verkregen kan worden.
Bron: Component Agro