Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.
Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.
Onlangs is het ‘Programma Maatwerk PAS-melders’ gepubliceerd. Met dit nieuwe programma wil de overheid, middels maatwerk, onder andere PAS-melders legaliseren. Eén van de doelen van dit programma is dat PAS-melders uiterlijk 1 maart 2028 ‘zicht op legalisatie’ hebben. Het doel is om uiteindelijk een structurele oplossing voor PAS-melders te creëren. Ook is ‘zicht op legalisatie’, voor provincies een (mede-)argument om af te zien van handhaving. PAS-melders, waarvoor het verificatieproces nog niet is afgerond, kunnen uiterlijk 1 oktober 2026 de benodigde informatie aanleveren.
In een Kamerbrief gaat minister Van Essen in op het Programma Maatwerk PAS-melders (PMP), dat in werking is getreden. Het PMP is bedoeld om PAS-melders en andere bedrijven, die door onrechtmatig overheidshandelen niet beschikken over een toereikende natuurvergunning (onder andere interimmers), uiteindelijk te legaliseren.
Het opstellen van dit programma is op 18 februari 2026 opgenomen in artikel 22.21 van de ‘Omgevingswet’.
Het PMP is de opvolger van het eerdere ‘Legalisatieprogramma PAS-melders’. Bij dit legalisatieprogramma werd ingezet op een generieke aanpak. Dit heeft (zwaar) onvoldoende gewerkt. Het PMP is gebaseerd op ‘maatwerk’ waarbij, eventueel met behulp van een zaakbegeleider, per individueel bedrijf wordt gezocht naar een passende oplossing.
Het onlangs aangekondigde ‘Maatregelpakket stikstof’ (zie ons bericht) is ook van belang voor het PMP. Het ‘Maatregelpakket stikstof’ moet immers, op termijn, zorgen voor vergunningverlening waarmee mogelijk ook PAS-melders gelegaliseerd kunnen worden.
Ook voor PAS-melders is het ‘Maatregelpakket stikstof’ van toepassing. Bij het uitwerken van het plan om op bedrijfsniveau te komen tot legalisatie moet dus rekening worden gehouden met onder andere de locatie van het bedrijf en de maatregelen die mogelijk gaan gelden.
Interimmers zijn bedrijven die een milieutoestemming (vergunning of melding) hebben verkregen ná de Europese referentiedatum voor Habitatrichtlijngebieden, maar voordat de Habitatrichtlijn goed was geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving (1 februari 2009). Deze bedrijven hebben geen natuurvergunningen aangevraagd en verkregen. In sommige situaties gaf de provincie zelfs aan dat een natuurvergunning niet nodig was.
Interimmers zijn niet bekend bij de overheid. Binnen het PMP moet de exacte definitie van een interimmer nog vastgesteld worden en wordt nagegaan hoe de interimmers in beeld gebracht kunnen worden. Daarna wordt vastgesteld hoe de interimmers mee kunnen lopen in het traject tot legalisatie.
In het PMP is vastgelegd dat betreffende bedrijven uiterlijk 1 maart 2028 ‘zicht hebben op legalisatie’. Dit houdt onder andere in dat niet alle PAS-melders op deze datum daadwerkelijk gelegaliseerd zijn. Wel moet op deze datum bekend zijn volgens welk plan een PAS-melder (uiteindelijk) gelegaliseerd wordt. Het is de bedoeling dat uiterlijk in 2030 de legalisatie is afgerond.
PAS-melders, die het verificatieproces positief hebben doorlopen, moeten uiterlijk 1 maart 2028 een plan indienen dat aangeeft hoe het bedrijf in een legale situatie kan komen. Dit plan kan in samenwerking met een zaakbegeleider worden opgesteld.
Als er ‘zicht is op legalisatie’, dan kan de provincie afzien van handhaving. Naast het PMP en het bovengenoemde plan is het van belang dat extra maatregelen worden genomen voor onder andere emissiereductie en natuurherstel. Van belang hierbij is dat niet meer voldaan hoeft te worden aan de ‘additionaliteitsvereiste’ en vergunningverlening (onder andere door intern of extern salderen) mogelijk is. Provincies kunnen zelf maatregelen nemen (zoals maatregelen voor natuurherstel). Met de juiste onderbouwing kan, in bepaalde situaties, de provincie afzien van handhaving.
De maatregelen uit het aangekondigde ‘Maatregelpakket stikstof’ tellen hierin ook mee.
PAS-melders hoeven zich niet opnieuw aan te melden voor het PMP. Om aan PMP deel te kunnen nemen moet de PAS-melder wel het verificatieproces positief hebben doorlopen. Dit is bij de meeste PAS-melders het geval. PAS-melders, die het verificatieproces nog niet volledig hebben doorlopen, hebben tot uiterlijk 1 oktober 2026 de gelegenheid om informatie voor verificatie in te dienen, voor zover nog niet alle informatie is aangeleverd. Uiterlijk 15 januari 2027 informeert de provincie betreffende bedrijven over het resultaat van de verificatie.
Binnen het PMP wordt met de maatwerkaanpak bekeken welk van onderstaande oplossingen het beste past voor het individuele bedrijf:
In het PMP wordt aangegeven dat er een ‘structurele oplossing’ is bereikt als de PAS-activiteit:
Voor het PMP wordt een budget van € 350 miljoen beschikbaar gesteld. Daarnaast kunnen PAS-melders gebruik maken van bestaande regelingen, zoals:
Een belangrijk doel van het PMP is dat PAS-melders uiterlijk 1 maart 2028 zicht hebben op legalisatie. Dit is in eerste instantie van belang voor de handhaving. Met het ‘zicht hebben op legalisatie’ in combinatie met het ‘Maatregelpakket Stikstof’ (en/of andere maatregelen van de provincie) hebben provincies (hopelijk) goede argumenten om af te zien van handhaving. Het uiteindelijke doel van het PMP is om PAS-melders en andere bedrijven die door overheidsfalen geen natuurtoestemming hebben (zoals interimmers), een structurele oplossing te bieden.
Naast de problematiek van een ontbrekende natuurtoestemming moeten de betreffende bedrijven ook voldoen aan het ‘Maatregelpakket stikstof’, zodra de betreffende wetswijzigingen definitief zijn ingevoerd. Het is verstandig om dit, zover mogelijk, in de toekomstpannen mee te nemen.
Mocht u naar aanleiding van bovenstaande tekst nog vragen hebben, kunt u onderstaand contactformulier invullen.
Bron: ComponentAgro