Klantlogin

Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.

Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.

Neem contact op

Actueel

Nieuws | Geplaatst op 4 december 2020

Voorstel ‘Stikstofwet’ en maatregelen landbouw

In het wetsvoorstel ‘stikstofreductie en natuurverbetering’ is opgenomen, dat in 2030 de stikstofdepositie op ten minste 50% van het areaal van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde moet komen. Daarnaast is in het voorstel opgenomen, dat een programma wordt opgesteld ten aanzien van stikstofreductie en natuurverbetering. In de bijbehorende toelichting worden, ook voor de landbouw, diverse maatregelen genoemd die nog nader moeten worden uitgewerkt.

Wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering

Onlangs heeft minister Schouten, middels een Kamerbrief, aan de Tweede Kamer gevraagd om het Wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering nog dit jaar af te ronden. In het wetsvoorstel zijn o.a. onderstaande zaken opgenomen.

Resultaatverplichting verlagen depositie

Uiterlijk in 2030 zal minstens 50% van de stikstofgevoelige hectares binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde moeten worden gebracht. De kritische depositiewaarde mag op dit areaal dan niet overschreden worden.

Kritische depositiewaarde

De kritische depositiewaarde houdt in, dat bij overschrijding van deze waarde niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico bestaat dat de kwaliteit van habitattypen wordt aangetast als gevolg van de verzurende of vermestende invloed van stikstofdepositie.

Programma stikstofreductie en natuurverbetering

In het wetsvoorstel is ook opgenomen dat een programma stikstofreductie en natuurverbetering moet worden opgesteld. De verdere uitwerking hiervan moet nog in onderliggende regelgeving worden opgenomen.

Maatregelen stikstofreductie

In de Toelichting bij het wetsvoorstel zijn, voor o.a. de landbouw, diverse maatregelen benoemd om de stikstofdepositie te verminderen (zie pag. 22 t/m 25). De maatregelen voor de landbouw zijn voor een groot deel eerder aangekondigd, zie het bericht Structurele aanpak stikstofproblematiek: hoofdlijnen en budgetten.

Maatregelen landbouw

In de ‘Toelichting’ zijn onderstaande maatregelen voor de landbouw opgenomen die de stikstofdepositie moeten verminderen.

Gerichte opkoop piekbelasters rondom Natura 2000-gebieden

Binnen deze maatregel kunnen provincies lokaal piekbelasters rondom Natura 2000-gebieden opkopen. De bedrijven die vanuit de provincie worden benaderd kunnen hier vrijwillig aan deelnemen. De stikstofruimte die ontstaat, kan worden gebruikt voor natuurverbetering of voor andere activiteiten. Daarnaast kan de landbouwgrond, die eventueel wordt opgekocht, gebruikt worden voor natuur of voor landbouwbedrijven die willen extensiveren en/of verduurzamen.

Regeling gepubliceerd

Inmiddels is de betreffende regeling gepubliceerd. Binnenkomt wordt deze regeling verder uitgewerkt in een kennisbankbericht.

Landelijke beëindigingsregeling

Binnen deze regeling kunnen bedrijven subsidie ontvangen voor het definitief beëindigen van de veehouderij op het bedrijf. Bedrijven met de hoogste stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden komen het eerst voor subsidie in aanmerking. De afstand tot een Natura 2000-gebied is niet bepalend. De stikstofdepositie moet hoger zijn dan een nog te bepalen drempel. Het is de bedoeling dat er twee openstellingen komen: één in 2021 en één in 2024.

Verlagen ruw eiwitgehalte veevoer

Vanaf 2021 zullen, in overleg met de sector, voermanagementmaatregelen worden doorgevoerd om de ammoniakuitstoot, en daardoor de stikstofdepositie, te verminderen. Een deel van het budget wordt ingezet voor bedrijfscoaches die bedrijven kunnen adviseren t.a.v. de nog te bepalen voermaatregelen.

Vergroten aantal uren weidegang

Het vergroten van de weidegang draagt bij aan de reductie van ammoniakemissie. De inzet is niet alleen dat meer bedrijven weidegang toepassen, maar vooral dat meer uren per jaar weidegang wordt toegepast. Het streven is om het gemiddelde aantal uren weidegang voor weidende koeien (2018: 1648 uur per jaar) te verhogen met 125 uur in 2021 en 250 uur in 2022. Om dit te realiseren wordt ingezet op voorlichting aan melkveehouders, een campagne om vroeger in het jaar beweiden te stimuleren, opleiding van weidecoaches, accreditatie van controlerende instanties en daarnaast het verstrekken van onderwijs en bijscholing.

Subsidiemogelijkheden en kavelruil

In overleg met de provincies worden mogelijkheden onderzocht voor gebiedsprocessen (o.a. kavelruil) en subsidiemogelijkheden voor weidegang.

Verdunnen mest

Indien drijfmest wordt verdund met water (1 deel water, 2 delen mest) wordt bij aanwending de ammoniakemissie verder verlaagd. Op met name zandgronden wordt de toepasbaarheid hiervan beperkt door de vaak geringe beschikbaarheid van (oppervlakte)water. Binnen deze maatregel wil de overheid middels een investeringssubsidieregeling de opvang van regenwater van erf en staldaken stimuleren. Met deze subsidie kan 40% van de kosten worden vergoed.

Stalmaatregelen

Binnen de ‘Subsidieregeling brongerichte verduurzaming’ (Sbv) komt subsidie beschikbaar voor innovaties en investeringen in nieuwe staltechnieken. Daarnaast kunnen bedrijven gebruikmaken van deze subsidie voor het doorvoeren van aanpassingen om aan de toekomstige aangescherpte emissienormen te kunnen voldoen.

Het beschikbare budget komt boven op het eerdere budget, dat in het kader van het klimaatakkoord en de middelen voor de sanering en verduurzaming van de varkenshouderij is gereserveerd.

Aanscherping emissienormen

Volgens de ’Toelichting’ gaan uiterlijk eind 2023 aangescherpte ammoniakemissienormen gelden voor diergroepen waarvoor bestaande en nieuwe innovatieve technieken beschikbaar zijn. Deze emissienormen gelden bij nieuwbouw en renovatie. Uiterlijk in 2025 gaan aangescherpte ammoniakemissienormen gelden voor de overige ‘relevante’ diergroepen.

Voor bestaande stallen gaat, een nader te bepalen, overgangsregeling gelden.

Omschakelfonds

Bedrijven die willen omschakelen naar duurzame landbouw, maar oplopen tegen financiële belemmeringen, kunnen mogelijk in de nabije toekomst gebruikmaken van het ‘omschakelfonds’.

Het omschakelfonds zal twee sporen bevatten:

  • Het omschakelspoor dat zich richt op het tijdelijk verlichten van de kasstroom.
  • Het investeringsspoor voor het toegankelijker maken van investeringen in verduurzaming en omschakeling van de bedrijfsvoering, processen en ontwikkeling van producten en productconcepten.

Mestverwerking

Met een investeringssubsidieregeling kunnen investeringen in mestverwerking worden gestimuleerd. Met mestverwerking kan op twee fronten de ammoniakemissie worden verminderd:

  • De geproduceerde mest wordt zo snel mogelijk afgevoerd naar de mestverwerker, waardoor de ammoniakemissie uit mestopslag vermindert.
  • In plaats van drijfmest worden hoogwaardige meststoffen (o.a. kunstmestvervangers) emissiearm aangewend, waardoor de ammoniakemissie bij aanwending van dierlijke meststoffen vermindert.

Het beschikbare budget komt boven op het eerdere budget dat in het kader van het klimaatakkoord is gereserveerd.

Bestemming stikstofruimte

De maatregelen die op de landbouw afkomen verlagen de ammoniakemissie, waardoor stikstofdepositieruimte (stikstofruimte) ontstaat. Een deel van de verlaging van de stikstofdepositie komt ten gunste van de natuur. Een ander deel van de stikstofruimte kan gebruikt worden voor andere activiteiten. Zo wordt een deel van de stikstofruimte die ontstaat door de opkoop van piekbelasters gereserveerd voor het legaliseren van PAS-meldingen. Echter lang niet alle stikstofruimte komt ten gunste van de landbouw. Deels zal deze ruimte worden gebruikt voor andere activiteiten, zoals bijv. woning- en wegenbouw.

Niet te verdelen stikstofruimte

Bepaalde maatregelen zoals ’voermaatregelen’, ‘vergroten aantal uren weidegang’ en ‘verdunnen mest’ worden deels gebaseerd op vrijwillige deelname. Hierdoor kunnen bedrijven ervoor kiezen om de maatregel jaarlijks meer of minder toe te passen. Mede om deze reden en het feit dat het effect op de ammoniakemissie heel bedrijfsspecifiek is, kan de ontstane stikstofruimte niet voor een langere termijn gegarandeerd worden. Deze stikstofruimte kan daardoor niet benut worden door andere activiteiten. Deze maatregelen verlagen wel de ‘stikstofdeken’ in Nederland, wat in feite ten gunste komt van de natuur.

Budgetten

De gereserveerde budgetten voor bovengenoemde maatregelen staan vermeld in tabel 1.

Tabel 1. Budgetten voor ‘stikstofmaatregelen’ landbouw

Stikstofmaatregel

Budget

(miljoen €)

Gerichte opkoop piekbelasters

350

Landelijke beëindigingsregeling

1.000

Verlagen ruw eiwitgehalte veevoer

73

Vergroten aantal uren weidegang

3

Verdunnen mest

100

Stalmaatregelen

280

Omschakelfonds

175

Mestverwerking

15

Conclusie

De ‘Stikstofwet’ moet nog door de Tweede Kamer en daarna door de Eerste Kamer worden vastgesteld. De voorgestelde maatregelen voor de landbouw moeten nog nader worden uitgewerkt. Uiteindelijk zullen deze maatregelen moeten leiden tot een (forse) verlaging van de stikstofdepositie. Een deel van de stikstofruimte wordt gereserveerd voor het legaliseren van PAS-meldingen. Hoeveel van de overige stikstofruimte beschikbaar komt voor de landbouw is niet bekend. Wel is duidelijk dat natuurherstel en allerlei activiteiten buiten de landbouw hier gebruik van kunnen gaan maken.

.

Bron: www.componentagro.nl